Mijn kind stottert … ?

Ieder kind struikelt wel eens over zijn woorden. Tussen het tweede en vijfde jaar is de spraak/taalontwikkeling in volle gang. Toch kunnen sommige haperingen u als ouder ongerust maken. Vaak is die ongerustheid terecht, want u voelt zelf goed aan  wanneer er iets misloopt. Wetenschappelijke studies hebben uitgewezen dat de intuïtie en ongerustheid van ouders vaak terecht is.

Kinderen van 0-6 jaar
Als uw kind tussen de twee en zes jaar oud is en u wilt weten of het raadzaam is om hulp in te schakelen, kunt u de ScreeningsLijst Stotteren invullen op de website van het Stotterfonds www.stotteren.nl.
Wanneer u ongerust, gespannen of geïrriteerd bent over het spreken van uw kind, is het sowieso goed om een adviesgesprek aan te gaan - hoe jong uw kind ook is. Meestal bent u niet voor niets bezorgd.

De logopedische begeleiding kan variëren van een adviesgesprek en het in de gaten houden van het stotteren over een bepaalde periode (monitoring), tot het starten van een (bijvoorbeeld wekelijkse) behandeling.

Wat is stotteren ?

Bron : boek ‘Komen Spreken over stotteren : verhalen en adviezen’ (2015) door Gert Reunes en Caroline Moerenhout

Stotteren is een complex fenomeen waarbij verschillende factoren samenkomen. Wie stottert, heeft geen schuld en het is belangrijk dat ook de ouders niet het gevoel hebben dat zij de schuldige zijn. Ouders hebben wél een grote invloed op het stotteren van hun kind. Zij zijn juist de ideale partners om, al dan niet samen met een therapeut, hun kind te helpen.

Bij onderstaande uitleg over de ontwikkeling van stotteren bij kinderen hebben wij ons hoofdzakelijk gebaseerd op het verklaringsmodel van stottertherapeut Adriaan Bertens. Dit model en dat voor stotteren bij volwassenen kan je verder raadplegen op http://www.nedverstottertherapie.nl/prmateriaal.html.


Stotteren ontstaat door een complexe samenwerking van verschillende factoren en verloopt bij iedere persoon uniek:

A.             Heb je een al dan niet erfelijke aanleg voor een MINDER GOEDE TIMING van de   spierbewegingen die je nodig hebt bij het praten?

B.             welke factoren zullen bij jou stotteren UITLOKKEN en VERSTERKEN?

C.             welke factoren zullen jouw stotteren  IN STAND HOUDEN?

 

A.   Moeilijkheden met timing van de spraak

Aanleg (al dan niet familiale aanleg)  betekent nog niet dat het stotteren zich noodzakelijkerwijs zal ontwikkelen. Wie aanleg heeft voor pianospelen maar geen piano ter beschikking heeft, zal niet gauw pianist worden. Wanneer de aanleg gecombineerd wordt met andere factoren kan stotteren zich verder ontwikkelen.

In wetenschappelijke discussies rond de ontwikkeling van stotteren zijn er verschillende verklaringsmodellen. We hebben er hier voor gekozen om de ‘spraakmotorische benadering’ te volgen en de factoren te kaderen in het model van Adriaan Bertens. 

Aanleg voor stotteren betekent hier dat de persoon beschikt over een spraaksysteem dat meer moeite heeft met het correct ‘timen’ van de spraak. Bij het ene kind  is de timingsstoornis ernstiger dan bij het andere. Afhankelijk van onder andere de verdere rijping van het spraaksysteem zal deze gevoeligheid voor het minder goed timen van de spraak al dan niet aanwezig blijven.


Adriaan Bertens:

Stotteren wordt momenteel het best geduid als een, al dan niet erfelijke, neuromotorische timingsprobleem. Dat wil zeggen dat de juiste spreekbewegingen niet altijd op het juiste moment gemaakt worden. Het moment dat dit gebeurt, gaat een ingenieus en razendsnel spraakterugkoppelsysteem op eigen initiatief bijsturen. Door nóg eens te proberen, of door de klank aan te houden ter bijsturing. Dat doet het systeem vanzelf. Stotteren (herhalen en verlengen) is in de kern dus de hoorbare automatische zelfcorrectie ten gevolge van de (onhoorbare) mistiming van de spraakbewegingen. Stotteren is dus een planningsprobleem in het spreken. Het taal- en spraaksysteem is bij kinderen aan het ontwikkelen in de richting van een heel ingenieus, snel, maar wel feilbaar systeem. Vandaar ook dat stotteren bijna altijd ontstaat in de periode van de taalverwerving. Zeker bij een stormachtige, te snelle of haperende taalontwikkeling. Meestal ontstaat stotteren tussen het tweede en vierde jaar. Vaak doordat er in de ontwikkeling van de spraak iets mis gaat. Soms is dat tijdelijk, maar als ook de neurologische sturing van de spraakspieren zwakker aangelegd is, gaat het chronisch mis. Stotteren blijft dan verder bestaan bij ongeveer 1% van de mensen.

 

B. Factoren die stotteren UITLOKKEN en TRIGGEREN

- Snelheidsfactoren

-  zoals een hoge spreeksnelheid, weinig tijd nemen om te spreken, een hoge communicatiesnelheid bij het in gesprek gaan met een kind dat stottert (snelle beurtwisselingen), een hoge leefsnelheid in het gezin waardoor er een gejaagd gevoel ontstaat bij het kind

Spanningsfactoren

  • Bij het kind zelf: vb. temperament, perfectionisme, omgaan met druk,..
  • Omgeving/context: vb. periode met veel verandering

-Belemmeringen

  • Spraak- en taalontwikkelingsprobleme
  • Ziekte of gezondheid vb. ooronstekingen, vermoeidheid,...

   

Stotteren treedt vaak op wanneer het kind nieuwe woorden leert of in langere zinnen begint te spreken en de klanken beter leert uitspreken. Verschillende processen in de spraak- en in de taalontwikkeling moeten zich op elkaar afstemmen. Komen daar andere spanningsfactoren bij, zoals de geboorte van een zusje of broertje, een verhuis of een scheiding, kunnen dat ‘triggers’ zijn, waardoor het stotteren in die periode meer op de voorgrond treedt. Het zijn evenwel geen oorzakelijke factoren.


 C. Factoren die stotteren in stand houden:

Kunnen zijn :

 De reacties van het kind op zijn stotteren

 De reacties van de omgeving op het stotteren

 Een langdurig verstoord evenwicht tussen mogelijkheden en verwachtingen


Verschillende factoren spelen een rol bij het ontstaan en de ontwikkeling van stotteren.  Om de relatie tussen die factoren aan ouders uit te leggen, gebruiken stottertherapeuten vaak het model van verwachtingen en mogelijkheden van C. W. Starkweather.

Dat model ziet eruit als een weegschaal: aan de ene kant heb je de eisen die het kind en zijn omgeving stellen aan het spreken en aan de andere kant de effectieve mogelijkheden van het kind om vloeiend te spreken.  Blijft het evenwicht gedurende geruime tijd verstoord, blijft het stotteren aanhouden. Meer uitleg over dit model en de daarop gebaseerde stottertherapie vind je op http://www.nedverstottertherapie.nl/werkmodellen.html

Aan de ene kant van de weegschaal plaatsen we de verwachtingen of de hoeveelheid druk die het kind ervaart. Dit kan druk zijn die van buitenaf komt: het gesprek heeft een snel spreektempo of er gebeuren spannende dingen zoals een Sinterklaasfeestje. Maar evenzeer telt de druk die de kleuter zichzelf oplegt: door zijn temperament, druk en impulsief handelen, enthousiast vertellen, door een beperking in zijn algemene ontwikkeling, of het is net veeleisend en zeer snel zijn in de algemene ontwikkeling.

Aan de andere kant van de weegschaal plaatsen we de mogelijkheden tot timing van het spreken. Wanneer er meer druk is dan het spraaksysteem op dat moment aankan, zullen er veel timingsfoutjes te horen zijn en horen we “her her her her herhalingen” of verlengingen zoals in “ffffffiets”.

Als de weegschaal in evenwicht is, zijn er minder of zelfs geen stottermomenten.

Het stotteren kan bij kinderen dus zeer wisselend zijn, afhankelijk van de hoeveelheid druk die op dat moment of in die periode in de weegschaal aanwezig is.

Het timingsdeel van het spraaksysteem rijpt tot na de kleuterleeftijd. Hoe positiever het ontwikkelingsklimaat waarin dit deel moet rijpen,  hoe groter de kans dat de kleuter zijn stotteren zal ontgroeien. Dit is dus meteen ook een motivatie om het stotteren vroeg te herkennen en te signaleren.


Hoe komt het dat stotteren zich verder ontwikkelt en blijft bestaan?

  • Omdat de gevoeligheid/moeilijkheid bij het timen van de spraak sterk aanwezig blijft.
  • Omdat er teveel belemmerende factoren zijn die lang aanhouden en/of toenemen. Zij verhinderen het herstel van het evenwicht van de ‘weegschaal’ (zie hierboven).
  • Omdat het kind zich verzet tegen zijn stotteren. Zo ontstaat er een spiraal van voortdurende herhaling van spanningen en stotteren, waarbij het stottergedrag zich steeds verder naar omhoog schroeft en zich verder gaat installeren.


Wanneer er niet tijdig hulp geboden wordt, kan het kind / de jongere verdwalen in zijn strijd tegen het stotteren. Hij gebruikt verschillende wapens zoals duwen op de herhalingen die hij maakt, spreken afbreken bij een stotter, vluchtgedrag ontwikkelen. Telkens opnieuw stotteren maakt het stotteren tot een soort automatische reactie. Ook de manier van denken van het stotterend kind wordt steeds sterker beïnvloed door zijn negatieve ervaringen met stotteren.

Ik stotter nog steeds als tiener/volwassene:

Zowat 1% van de bevolking stottert en daar zijn niet alleen kleuters en kinderen bij maar ook tieners en volwassenen. Bij de pakken blijven zitten en het stotteren gewoon  aanvaarden is iets wat we maar al te vaak zien. Toch zijn er scharniermomenten in ieders leven om iets te doen aan het stotteren. 

Alles hangt af van de intrinsieke motivatie en de graad van timingsstoornis wat het resultaat van de therapie kan zijn voor een stotterende persoon.
Vandaag de dag weten we dat de hersenen een enorme plasticiteit hebben en dat we als het ware onze gedragingen kunnen herprogrammeren. Neuronale circuits in onze hersenen kunnen geactiveerd of gedeactiveerd worden. Bijna alles is leerbaar. Vanuit de BLS therapie zien we dat zowel tieners als volwassenen mits intrinsieke motivatie, volharding en doorzettingsvermogen er nog heel wat kan veranderen aan het stotteren. Het is dus zeker de moeite waard om het heft in eigen handen te nemen en te zoeken naar nieuwe inzichten, technieken en mindsets om te werken aan je spreken. Ook de kansen die men krijgt dankzij de zelfhulp bij vzw BeSt maken het mogelijk dat mensen verder groeien tot communicatieve mensen.

Stottertherapie

De stotterende persoon kan stottertherapie volgen om te werken aan de motorische en/of de psychologische kant van het spreken.

Openheid

Openheid is eveneens zeer belangrijk. Over stotteren moet gepraat worden, zowel thuis als op school of op het werk. Het grootste probleem met stotteren is dat het zo’n verzwegen onderwerp is waar veel onwetendheid over bestaat. De luisteraar durft het onderwerp niet aan te halen, omdat hij denkt dat de stotterende persoon en/of de ouders dat vervelend zouden vinden. Zij denken op hun beurt dat de luisteraar niet geïnteresseerd is en beginnen er daardoor ook niet zelf over.

Openheid over het stotteren kan veel vervelende gevoelens, gedachten of situaties voorkomen zowel bij de stotterende persoon als de mensen uit zijn omgeving (ouders, collega’s, familieleden,etc.). Het bespreekbaar maken van stotteren zal begrip en respect teweegbrengen en beide partijen ten goede komen!

Bekende Vlamingen die stotteren:


Luckas Vander Taelen (politicus)   : peter van vzw BeSt

Bart Peeters (Zanger/presentator)

Pascal Braeckman (Klankman Tom Waes) 

Arno Hintjens (Zanger)

Tom Helsen (Zanger)

Jan Decleir (Acteur)

Zeger Van Noten (Kamp Waes)

Meer lezen : 

Met enkel deze info is uiteraard nog lang niet alles gezegd. Voor meer gedetailleerde informatie omtrent stotteren en stottertherapie verwijzen we u naar de boekensectie van deze website en de gratis digitale boeken 'Als spreken moeilijk is'  en 'Spreken is Goud' klik HIER voor de gratis boeken.